Waar gaat Rotterdam Vakmanstad aan het werk?

Interactievelden 

(Zie schema #1)


Rotterdam Vakmanstad heeft een 10-jarige strategie ontwikkeld om in Rotterdam weer een ambitieus en duurzaam vakmanschap op de kaart te zetten. Om dit te realiseren werkt ze op verschillende schalen: school, buurt, markt en stad. Netwerken op die schalen worden met elkaar verknoopt waardoor er zogenaamde interactievelden ontstaan. Er zijn vier interactievelden met specifieke trajecten: het eerste is het basisonderwijs rond Fysieke Integriteit, het tweede is de buurt rond Actief Burgerschap en het derde de markt rond Duurzaam Vakmanschap. Daar doorheen steekt - als een satéprikker - de onderwijspijler met een focus op vakmanschap: van het primaire onderwijs via het vmbo naar het mbo en het hbo. Het vierde interactieveld - de stad rond ECO3 - richt zich op het formuleren van en adviseren bij beleidsrapporten en visies.
RVS werkt samen met onderwijsinstellingen, het welzijnswerk, zorginstellingen, wooncorporaties, bedrijfsleven en overheden. Maar vooral met andere organisaties ie zich bezighouden met wijkontwikkeling (Freehouse, Veldacademie, DRIFT), gezinsondersteuning (Bureau Frontlijn, Katrol), buurtmediatie (JOLO), groenontwikkeling (Creatief Beheer, BuurtLab). Tussen 2007-2011 werkt RVS vooral in de wijk Bloemhof op het eerste interactieveld. Vanaf 2011 heeft ze samen met andere partners haar werkveld uitgebreid naar de wijken Feijenoord en Carnisse, waar ze trajecten van Fysieke Integriteit initieert en realiseert.

Hoe gaat Rotterdam Vakmanstad te werk?

EP(i)C traject en S5 focus
Op de drie eerste interactievelden worden stage netwerken aangeknoopt. Zo worden leerlingen, scholieren en studenten in het kader van actief burgerschap al in hun opleiding met de RVS trajecten in de buurt en op school verbonden om op integrale manier te leren werken. RVS hanteert daarbij een S5 focus: skills (1) verbinden scholieren (2) met studenten (3) die zich als stagiair (4) op scholen en in de buurt voorbereiden om als starter (5) de markt te betreden. Integraal samenwerken staat daarbij voorop. (Zie schema #2)



Cruciaal in de werkwijze van RVS is een gelijkwaardige en transparante communicatie en een integrale manier van leren. RVS noemt dit het EP(i)C traject als strategische inzet van het RVS discours: educatie, participatie, (integratie) en communicatie. Het EP(i)C traject opent de ‘epische’ ruimte waarin verhalen over stad de ronde doen en biedt een andere kijk op integratie. In dit EP(i)C traject verstilt de lege beleidsmantra over integratie die nu al meer dan een decennium het maatschappelijk debat beheerst. Door de fixatie op integratie zijn we vergeten dat integratie, net als geluk, een restproduct is van de drie andere processen: educatie, participatie en communicatie, het assenstelsel waarop in de 20e eeuw de emancipatie van groepen zich voltrok. De achterliggende gedachte van het EP(i)C traject is stuitend simpel: als educatie adequaat is, participatie daadwerkelijke deelname inhoudt en communicatie op alle schalen open en duidelijk, dat wil zeggen transparant is, wordt integratie door en in dit proces als vanzelf gerealiseerd.

 (Zie schema #3)